ECLI:NL:CRVB:2014:2444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang op grond van Wmo ondanks medische kwetsbaarheid
Appellant, een HIV-geïnfecteerde en nierpatiënt met een verblijfsstatus in Nederland, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om toelating tot maatschappelijke opvang op grond van de Wmo. Deze aanvraag werd afgewezen omdat appellant beschikte over een woning, medische zorg ontving en financiële ondersteuning kreeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de geboden opvang toereikend was. In hoger beroep stelde appellant dat op grond van artikel 8 EVRM Pro een recht op opvang bestond. De Raad overwoog dat artikel 8 EVRM Pro positieve verplichtingen kan inhouden, vooral voor kwetsbare personen, maar dat de staat een ruime beoordelingsmarge heeft.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij het in oktober 2011 ontvangen bedrag van € 2000,- niet kon gebruiken voor opvangkosten, zoals huur. De weigering om de opvang uit te breiden was daarmee in evenwicht met de publieke belangen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag tot maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het nabetaalde bedrag niet kon gebruiken voor opvangkosten.