ECLI:NL:CRVB:2016:1500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand met terugwerkende kracht zonder tijdige aanvraag
Appellante verzocht om bijstand met terugwerkende kracht voor de periode van 21 november 2011 tot 3 augustus 2012 nadat haar adresregistratie was gewijzigd en zij aanvankelijk geen briefadres kreeg toegewezen. Het college wees de aanvraag af omdat appellante zich niet tijdig had gemeld om bijstand aan te vragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak geen recht bestaat op bijstand voorafgaand aan de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellante stelde dat het college haar niet had gewezen op de mogelijkheid om bijstand aan te vragen zonder geldige adresregistratie, maar de Raad vond geen aanwijzingen dat zij door het college of UWV was afgehouden van een aanvraag. Ook het bezwaar tegen het adreswijzigingsbesluit kon niet worden gezien als een aanvraag om bijstand.
Het college hanteert een beleid waarbij een belanghebbende zich binnen vijf werkdagen na beëindiging van een voorliggende voorziening moet melden om aansluitende bijstand te verkrijgen. Appellante had zich niet binnen deze termijn gemeld na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad concludeert dat het college het beleid consistent heeft toegepast en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op bijstand met terugwerkende kracht wegens het ontbreken van een tijdige aanvraag en bijzondere omstandigheden.