ECLI:NL:CRVB:2016:1518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering indicatie Begeleiding Groep wegens lichte beperkingen psychisch functioneren
Appellante heeft op 17 oktober 2013 een aanvraag ingediend bij het CIZ voor een indicatie Begeleiding Groep, klasse 6, op grond van de AWBZ. Het CIZ stelde de aanvraag buiten behandeling en verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat appellante niet voldeed aan de criteria. Medisch advies stelde lichte beperkingen vast op psychisch functioneren en sociale redzaamheid.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende onderbouwing gaf tegen het standpunt van CIZ. De behandelend psycholoog gaf aan dat zij de beoordeling van CIZ niet kon weerleggen en appellante bracht geen objectieve gegevens in die tot een ander oordeel leidden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de beperkingen ernstiger waren dan door CIZ vastgesteld. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat appellante geen medisch objectiveerbare gegevens had geleverd die een matige of zware beperking aannemelijk maakten.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en toereikend gemotiveerd was en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de indicatie Begeleiding Groep wordt bevestigd.