ECLI:NL:CRVB:2016:1531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag en bijzondere bijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante heeft op 14 januari 2014 een aanvraag ingediend voor langdurigheidstoeslag en bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen wees deze aanvragen bij besluiten van 25 april 2014 af vanwege overschrijding van de vermogensgrens. Het bezwaar van appellante tegen deze besluiten werd bij besluit van 26 augustus 2014 ongegrond verklaard.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de levensverzekering die appellante bij Aegon had afgesloten, vermogen vormt dat moet worden meegeteld bij de vaststelling van haar vermogen. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat de levensverzekering niet afkoopbaar was of dat afkoop niet redelijkerwijs van haar kon worden gevergd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de levensverzekering bedoeld is als aanvulling op haar toekomstig AOW-pensioen en dat afkoop in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd. Tevens stelde zij dat zij altijd aan haar inlichtingenverplichting had voldaan en mocht vertrouwen op bijstandsverlening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze gronden niet tot een ander oordeel leiden. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar vermogen na afkoop van de levensverzekering netto onder de vermogensgrens zou komen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien tot veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag wegens overschrijding van de vermogensgrens.