ECLI:NL:CRVB:2016:1543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens betrokkenheid bij hennepkwekerij
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en woonden op een adres in Deventer waar een hennepkwekerij werd aangetroffen. De politie trof in een schuur achter de woonwagen 624 hennepplanten aan en constateerde dat illegaal stroom werd afgetapt via een aftakking in de aansluitkast op het uitkeringsadres. Appellant werd aangehouden maar deed geen verklaring.
Het college van burgemeester en wethouders besloot de bijstand over de periode van 17 februari tot en met 19 april 2012 in te trekken en de kosten terug te vorderen. Tevens werd de bijstand voor juni 2012 tijdelijk verlaagd. Het college baseerde dit op het feit dat appellanten betrokken waren bij de exploitatie van de hennepkwekerij en dit niet hadden gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de betrokkenheid van appellanten vaststond door onder meer het illegaal aftappen van stroom, de aanwezigheid van de hennepkwekerij op het perceel en een DNA-match op sigarettenpeuken in de schuur. De Raad verwierp de stellingen van appellanten over onduidelijkheid van de locatie, het ontbreken van een strafrechtelijke veroordeling en het ontbreken van financieel voordeel.
De Raad stelde dat het niet relevant is wie formeel eigenaar is van de schuur en dat bestuursrechtelijke toetsing niet gebonden is aan strafrechtelijke uitspraken. Ook werd het verzoek om kostenvergoeding afgewezen omdat het bezwaar ongegrond was verklaard. De intrekking en terugvordering van de bijstand werden gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens betrokkenheid bij hennepkwekerij.