ECLI:NL:CRVB:2016:162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijdrage hogere woonlasten bij verhuizing naar ergonomisch passende huurwoning
Appellante woonde in een woning die niet geschikt was vanwege haar lichamelijke beperkingen en ontving een tegemoetkoming voor verhuiskosten onder de voorwaarde te verhuizen naar een gelijkvloerse of trapliftwoning. Zij verhuisde naar een ergonomisch passende huurwoning met hogere woonlasten, waarvoor het college geen bijdrage voor de extra kosten toekende.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de aanvraag betrekking had op een ergonomisch en financieel passende woning en dat de extra woonlasten vergoed moesten worden. Zij wilde niet opnieuw verhuizen naar een goedkopere woning, ook niet met een nieuwe verhuiskostenvergoeding.
De Raad oordeelde dat appellante zelf verantwoordelijk is voor haar keuze, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat een goedkopere passende woning niet beschikbaar was. De verhoging van de woonlasten komt daarom voor haar rekening. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante zelf verantwoordelijk is voor de hogere woonlasten en wijst het hoger beroep af.