ECLI:NL:CRVB:2016:1638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schuldig nalatig verklaring premie 2008 wegens schending hoorplicht
Appellant werd door de Sociale verzekeringsbank (Svb) schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van de premie volksverzekeringen over het jaar 2008. Dit besluit werd gebaseerd op een ambtshalve vastgestelde aanslag door de Belastingdienst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij de schending van de hoorplicht werd vastgesteld maar met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro werd gepasseerd.
In hoger beroep stelde appellant dat de schending van de hoorplicht niet gepasseerd mocht worden, mede omdat hij in 2008 gedetineerd zou zijn geweest, wat niet in de besluitvorming was betrokken. De Raad oordeelde dat appellant in 2008 niet gedetineerd was en dat de schending van de hoorplicht een essentieel onderdeel van de bezwaarprocedure betreft.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het beroep gegrond verklaard. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Deze uitspraak benadrukt het belang van de hoorplicht in bestuursrechtelijke procedures en bevestigt dat schending daarvan niet zonder meer kan worden gepasseerd, ook niet bij ambtshalve vastgestelde aanslagen.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.