Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en was ontheven van arbeidsverplichtingen vanwege psychische belemmeringen. Na een anonieme melding over zijn woonadres werd hij uitgenodigd voor een gesprek en gevraagd bankafschriften te overleggen, maar hij verscheen niet. Het college schortte de bijstand op en gaf hem de mogelijkheid dit te herstellen, wat appellant niet deed. Vervolgens trok het college de bijstand in.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische aandoeningen hem belemmerden adequaat te reageren en dat de hersteltermijn te kort was. Hij stelde dat de begeleiding die hij ontving onvoldoende was om aan de verplichtingen te voldoen en dat de intrekking disproportioneel was.
De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens relevant waren en dat appellant in verzuim was. De begeleiding was onvoldoende afgestemd op zijn beperkingen, maar dit kwam voor zijn risico. Appellant had zelf of via zijn begeleider contact moeten opnemen met het college om verlenging te verzoeken. Het ontbreken van opzet maakt de intrekking niet disproportioneel.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant verwijtbaar niet heeft gereageerd binnen de gestelde termijn.