ECLI:NL:CRVB:2016:1734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- J.T.H. Zimmerman
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenplicht bij verkoop goud en sieraden
Appellant ontving vanaf oktober 2009 bijstand, die werd beëindigd tijdens zijn detentie. Het college startte een onderzoek naar mogelijke neveninkomsten na signalen over verkoop van goud en sieraden bij juweliers. Uit het onderzoek bleek dat appellant tussen september 2010 en september 2011 meerdere keren goud en sieraden verkocht voor bijna €29.000, en dat hij bij aanhoudingen contant geld bij zich had.
Het college trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug, omdat appellant geen melding had gemaakt van deze inkomsten of vermogen. De rechtbank oordeelde dat de verkopen als inkomen moesten worden aangemerkt en dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verkopen incidenteel waren en dat hij deels was vrijgesproken van witwassen. De Raad overwoog dat het bestuursrechtelijk oordeel niet gebonden is aan strafrechtelijke uitspraken en dat de verkopen niet als incidenteel konden worden gezien. Omdat appellant wisselende verklaringen gaf en onvoldoende duidelijkheid verschafte over de aard van de verkopen, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.