ECLI:NL:CRVB:2016:1739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling compensatieplicht Wmo voor lokaal versus bovenregionaal vervoer
Appellant, met ernstige medische beperkingen en afhankelijk van vervoer naar ziekenhuizen in Leuven en Gent, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Venlo om een vervoersvoorziening op grond van de Wmo. Het college wees dit af omdat het ging om bovenregionaal vervoer, waarvoor geen compensatieplicht bestaat volgens de Wmo.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de Wmo zich beperkt tot lokaal vervoer. Appellant stelde in hoger beroep dat de aard van zijn medische situatie en het belang van het vervoer naar de ziekenhuizen een uitzondering rechtvaardigen, en dat het college de hardheidsclausule van de Wmo-verordening had moeten toepassen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de compensatieplicht van de Wmo inderdaad alleen ziet op lokaal vervoer en dat appellant geen bijzondere situatie aannemelijk heeft gemaakt die een afwijking rechtvaardigt. Ook de toepassing van de hardheidsclausule leidt niet tot onbillijkheden van overwegende aard. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het college is niet gehouden voorzieningen te treffen voor bovenregionaal vervoer op grond van de Wmo.