ECLI:NL:CRVB:2016:1744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Betrokkene ontving studiefinanciering als uitwonende student, gebaseerd op inschrijving in de basisregistratie personen (BRP) op een adres waar ook haar zussen stonden ingeschreven. Controleurs voerden een huisbezoek uit en stelden vast dat betrokkene geen eigen bed had en slechts enkele persoonlijke spullen aanwezig waren, wat aanleiding gaf tot herziening van de studiefinanciering naar thuiswonend.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van de controleurs onvoldoende was om te concluderen dat betrokkene niet op het BRP-adres woonde, mede omdat betrokkene vijf dagen per week op dat adres sliep en haar schoolspullen en vuile was elders hield. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat appellant met het onderzoek aannemelijk had gemaakt dat betrokkene niet op het BRP-adres woonde, mede vanwege het ontbreken van persoonlijke eigendommen en het delen van een bed.
De Raad verwierp de stellingen van betrokkene als onvoldoende om de beperkte aanwezigheid van persoonlijke spullen te verklaren. Ook werd een nadere verklaring van de hoofdbewoonster over het niet ondertekenen van de verklaring niet gevolgd omdat de verklaring was ondertekend en gelezen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de herziening en terugvordering van studiefinanciering stand hield.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van studiefinanciering wordt bevestigd.