ECLI:NL:CRVB:2016:1754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Onderzoeksplicht werkgever bij toerekening en verhaal WGA-uitkeringen eigenrisicodrager
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland inzake de toerekening en het verhaal van WGA-uitkeringen op een werkgever die eigenrisicodrager is geworden per 1 januari 2012. De werkgever had op basis van informatie van de Belastingdienst mogen vertrouwen dat de WGA-uitkering van een ex-werkneemster was beëindigd, maar het UWV stelde dat de werkgever een eigen onderzoeksplicht had om navraag te doen bij het UWV.
De rechtbank had het beroep van de werkgever deels gegrond verklaard en het UWV veroordeeld om af te zien van terugvordering voor een bepaalde periode. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de werkgever onvoldoende onderzoek heeft gedaan en niet zonder meer mocht vertrouwen op de Belastingdienst. De Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover het het UWV betreft en verklaart het beroep van de werkgever tegen bepaalde besluiten ongegrond.
De Raad bevestigt dat artikel 40, lid 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen niet ziet op het verhaal van WGA-uitkeringen op eigenrisicodragers en benadrukt dat het UWV verplicht is de uitkeringen te betalen en vervolgens te verhalen op de eigenrisicodrager. De Raad verklaart het incidenteel hoger beroep van de werkgever niet-ontvankelijk en wijst het hoger beroep van het UWV toe.
Uitkomst: Het incidenteel hoger beroep van de werkgever wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van het UWV wordt deels toegewezen door vernietiging van de aangevallen uitspraak.