ECLI:NL:CRVB:2016:1817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellante was ingeschreven op een adres in de basisregistratie personen (BRP), maar een controle op dat adres wees uit dat zij daar niet daadwerkelijk woonde. De minister had daarom de studiefinanciering herzien en teruggevorderd op grond van de Wet studiefinanciering 2000, aangezien appellante als thuiswonend moest worden aangemerkt.
Tijdens het huisbezoek troffen controleurs slechts een matras zonder beddengoed in de kelder aan, die tevens als opslagruimte diende. Persoonlijke spullen van appellante waren beperkt aanwezig en volgens de hoofdbewoner verbleef zij al enige tijd elders. Appellante voerde aan dat zij wel op het adres woonde en dat haar studiematerialen elders lagen, maar kon dit niet overtuigend onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het rapport van de controleurs een voldoende feitelijke grondslag bood voor de conclusie van de minister. Verdere onderzoeken of het horen van derden waren niet noodzakelijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.