ECLI:NL:CRVB:2016:1821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- J.H.M. van de Ven
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen en niet verstrekken gegevens
Appellante ontving sinds 2010 bijstand als alleenstaande ouder. Na een anonieme melding over samenwoning met een ander persoon startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Appellante werd meerdere keren uitgenodigd voor gesprekken en gevraagd om bankafschriften, maar verscheen niet zonder geldige reden.
Het college schortte de bijstand op en gaf appellante de mogelijkheid om het verzuim te herstellen, maar ook bij de tweede afspraak verscheen zij niet en leverde de gevraagde gegevens niet aan. Vervolgens trok het college de bijstand met terugwerkende kracht in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet wist dat de feiten van invloed waren, en dat zij wegens een dreigend sterfgeval niet kon verschijnen. Deze gronden werden verworpen omdat het opschortingsbesluit duidelijk was en zij geen bewijs leverde van het sterfgeval of contact opnam met het college.
De Raad oordeelde dat de intrekking terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering van appellante wordt bevestigd wegens niet verschijnen en het niet verstrekken van gevraagde gegevens.