ECLI:NL:CRVB:2016:1823
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wubo wegens ontbreken blijvende invaliditeit na internering
Appellante, geboren in 1942, diende in april 2008 een aanvraag in voor toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze aanvraag werd afgewezen omdat geen blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit als gevolg van de internering in kamp Soemobito werd vastgesteld. Na meerdere procedures en een nieuwe aanvraag in 2013, handhaafde verweerder de afwijzing.
De Raad beoordeelde of de internering tot blijvende invaliditeit had geleid. Geneeskundige adviezen concludeerden dat de psychische klachten van appellante niet in betekende mate door de internering waren veroorzaakt, maar vooral door omstandigheden in het ouderlijk gezin. Andere persoonlijke gebeurtenissen werden niet als grondslag voor de aanvraag erkend.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond. Daarnaast werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat de bezwaarprocedure langer dan toegestaan had geduurd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.