ECLI:NL:CRVB:2016:1829
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkeringen vervolgingsslachtoffers wegens ontbreken vervolging en gelijkstelling
Appellant, geboren in 1939 in Nederlands-Indië, diende in januari 2013 een aanvraag in voor uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Verweerder wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was dat appellant ondergedoken was geweest om vervolging te ontlopen. Ook werd geen gelijkstelling toegepast omdat de vader van appellant niet ten gevolge van vervolging was omgekomen.
De Raad oordeelde dat uit de beschikbare gegevens niet bleek dat appellant ondergedoken was geweest of zich systematisch aan het openbare leven had onttrokken. De vader van appellant was overleden tijdens een vuurgevecht als militair van de Stadswacht, onderdeel van het KNIL, en niet door vervolging in de zin van de Wuv.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Wel werd appellant een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde verweerder tot betaling van deze vergoeding en wees het beroep verder af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant ontvangt een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.