ECLI:NL:CRVB:2016:1836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit AIO-aanvulling wegens overschrijding opschortingstermijn
Appellanten ontvingen vanaf 2003 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) via de Sociale verzekeringsbank (Svb). Na een melding dat zij tijdelijk naar Turkije zouden gaan en mogelijk over een woning daar beschikten, startte de Svb een onderzoek naar hun vermogen in Turkije. De Svb schortte de AIO-aanvulling op vanaf 1 augustus 2013 omdat appellanten niet tijdig de gevraagde paspoortkopieën met T.C. Kimlik nummer hadden verstrekt.
Na het verstrijken van de hersteltermijn trok de Svb de AIO-aanvulling met ingang van 1 augustus 2013 in. Appellanten leverden de gevraagde documenten alsnog in oktober 2013. Uit een onderzoek bleek dat zij een appartement in Turkije bezaten dat zij niet hadden gemeld, waardoor zij volgens de Svb geen recht hadden op bijstand vanaf 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de intrekking op grond van artikel 54, vierde lid, WWB niet rechtsgeldig was omdat de opschortingstermijn van acht weken was verstreken. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit. De Raad handhaafde echter de rechtsgevolgen van het besluit op basis van artikel 54, derde lid, WWB, omdat appellanten niet aan hun informatieplicht hadden voldaan en daadwerkelijk vermogen hadden.
De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellanten. De uitspraak benadrukt het belang van de wettelijke termijnen en de juiste toepassing van de formele bevoegdheidsgrondslagen bij intrekking van bijstandsuitkeringen.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit wordt vernietigd wegens overschrijding opschortingstermijn, maar de rechtsgevolgen blijven in stand op grond van een andere wettelijke grondslag.