ECLI:NL:CRVB:2016:1848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdelijke taakuitbreidingen en opvolgend werkgeverschap bij aanstelling in het primair onderwijs
Appellante was vanaf 2009 tot 2011 in tijdelijke dienst bij Onderwijsstichting Arcade en kreeg op 1 augustus 2011 een vaste aanstelling met een kleine werktijdfactor. Naast deze vaste aanstelling vervulde zij tijdelijke taakuitbreidingen en sloot zij payrollovereenkomsten via Randstad voor werkzaamheden bij Arcade.
Appellante maakte bezwaar tegen het niet verkrijgen van een grotere vaste aanstelling en het niet verlengen van haar tijdelijke contract via Randstad. Het bestuur weigerde een grotere vaste aanstelling en beëindigde de payrollovereenkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat tijdelijke taakuitbreidingen onderscheiden moeten worden van zelfstandige tijdelijke aanstellingen waarop de 36-maandentermijn van artikel 4.5 CAO PO van toepassing is. Vanaf 1 augustus 2011 had appellante alleen een vaste aanstelling en liep de 36-maandentermijn niet door. De payrollovereenkomsten vormden opvolgend werkgeverschap, maar omdat er een onderbreking van meer dan drie maanden was, begon een nieuwe termijn die niet was voltooid.
Daarom ontstond geen recht op een vaste aanstelling van grotere omvang. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.