ECLI:NL:CRVB:2016:1934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende werkzaamheden
Appellante was werkzaam als schoonmaakster toen zij zich ziek meldde en een ZW-uitkering ontving. Het UWV stelde vast dat zij per 19 juni 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies binnen haar beperkingen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat het onderzoek door de verzekeringsarts tekort schoot. Zij overhandigde diverse medische rapporten ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en afdoende gemotiveerd was. De psychische klachten en medische stukken hadden geen betrekking op de datum in geschil en gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. De ZW-uitkering is daarom terecht beëindigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.