ECLI:NL:CRVB:2016:1960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid beslagbesluiten en afwijzing schadevergoeding WW-uitkering
Appellant ontving een WW-uitkering waarop op 11 december 2012 derdenbeslag werd gelegd. Het UWV nam besluiten in verband met dit beslag, waartegen appellant bezwaar maakte, dat ongegrond werd verklaard. Ook de rechtbank en de Raad bevestigden de rechtmatigheid van deze besluiten.
Appellant verzocht vervolgens om schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van het UWV, stellende dat de beslagvrije voet onjuist was toegepast en dat hij immateriële schade had geleden. Het UWV wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat voor toekenning van schadevergoeding een onrechtmatig besluit vereist is. Nu eerder is vastgesteld dat de beslagbesluiten rechtmatig zijn, en het feit dat het beslag later werd opgeheven geen onrechtmatigheid inhoudt, is er geen grond voor schadevergoeding. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtmatigheid van de beslagbesluiten en wijst het verzoek om schadevergoeding af.