Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds januari 2012 een WW-uitkering waarop op 11 december 2012 executoriaal beslag is gelegd door een deurwaarder. De beslagvrije voet werd aanvankelijk vastgesteld op €601,60 per maand, later verhoogd naar €1.483,05 per maand. Het UWV informeerde appellant over de beslaglegging en de gevolgen daarvan, waarbij het beslag werd omgezet naar bedragen per vier weken, conform de betalingsfrequentie van de WW-uitkering.
Appellant betwistte de rechtmatigheid van het beslag en de hoogte van de beslagvrije voet en stelde dat het UWV niet zomaar uitvoering had mogen geven aan het beslag zonder nadere toetsing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV als derdebeslagene verplicht is volledige medewerking te verlenen zonder de geldigheid of omvang van het beslag te beoordelen. De Raad verwijst appellant naar de civiele rechter voor geschillen over de geldigheid van het beslag.
Verder oordeelt de Raad dat het UWV de beslagvrije voet correct heeft omgerekend naar bedragen per vier weken en binnen de beslaggrenzen is gebleven. De door appellant gemaakte advocaatkosten zijn niet voor vergoeding door het UWV in aanmerking komend. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het UWV is gehouden medewerking te verlenen binnen de beslaggrenzen.