ECLI:NL:CRVB:2016:2028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding restantschuld bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanwege het schenden van de inlichtingenplicht, omdat appellante onjuiste informatie gaf over haar woonsituatie en inkomsten niet meldde. Hierdoor werd een bedrag van €107.754,76 teruggevorderd.
Appellante verzocht om kwijtschelding van de restantschuld van €99.418,43, maar dit verzoek werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden uit de Beleidsregels inzake opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van inkomensvoorzieningen 2010. Met name was sprake van een fraudeschuld en was minder dan 50% van de hoofdsom afgelost na vijf jaar.
Appellante voerde aan dat haar arbeidsongeschiktheid, het ontbreken van opleiding en haar schrijnende situatie dringende redenen vormden voor kwijtschelding. De Raad oordeelde echter dat dergelijke omstandigheden niet uitzonderlijk zijn en dat het grote bedrag geen reden is om af te wijken. Ook de bescherming via de beslagvrije voet en het belang van het college bij terugvordering van fraudevorderingen speelden mee.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de restantschuld bijstand wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.