Uitspraak
.Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Matadien. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant had tot november 2012 bijstand ontvangen, maar deze werd ingetrokken vanwege het niet verstrekken van benodigde informatie over zijn woonsituatie. Na een nieuwe aanvraag in februari 2014 gaf appellant een adres op waar hij sinds 2005 stond ingeschreven. Het college vroeg om aanvullende financiële gegevens en bewijsstukken over zijn levensonderhoud.
Appellant verklaarde dat zijn ex-vriendin zijn rekeningen betaalde en dat hij soms geld leende van vrienden en familie. Ter ondersteuning overhandigde hij verklaringen van derden, maar deze boden geen objectieve, verifieerbare onderbouwing van de financiële situatie. De rechtbank en de Raad concludeerden dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bijstandbehoevend was.
Appellant voerde aan dat de afwijzing zijn gezinsleven met zijn dochter beperkte, maar dit werd verworpen omdat hij zelf verklaarde omgang te hebben. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van bijstandbehoevendheid.