ECLI:NL:CRVB:2016:2054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening indicatie persoonlijke verzorging en verpleging AWBZ met overgangsperiode
Betrokkene, rolstoelafhankelijk en afhankelijk van zorg, had een indicatie voor persoonlijke verzorging en verpleging op grond van de AWBZ. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures stelde CIZ de indicatie bij, onder meer met minder uren persoonlijke verzorging en begeleiding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk en vernietigde het laatste besluit deels vanwege onvoldoende onderbouwing van de indicatie, waarna CIZ een nieuw besluit moest nemen. Zowel CIZ als betrokkene gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch advies waarop CIZ zich baseerde zorgvuldig was en dat de toegewezen normtijden voor zorgactiviteiten passend waren. Wel werd geoordeeld dat het met terugwerkende kracht verlagen van de indicatie in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en dat een overgangsperiode geboden was.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit voor de periode van 2 mei 2013 tot 21 juli 2014 en bepaalde dat betrokkene recht heeft op de hogere indicatie voor die periode. Tevens werd CIZ veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad vernietigt het bestreden besluit voor de periode 2 mei 2013 tot 21 juli 2014 en bepaalt een hogere indicatie met overgangsperiode.