ECLI:NL:CRVB:2016:2058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand van 2003 tot 2011 als alleenstaande ouder. Het dagelijks bestuur stelde na een onderzoek dat zij in de periode 2003-2006 niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot en van 2006-2011 een gezamenlijke huishouding voerde, zonder dit te melden. De rechtbank wees het beroep tegen intrekking en terugvordering van de bijstand af.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overweegt dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat echtgenoten een bestendige verbreking van de samenleving nastreven en ieder een eigen leven leiden. Appellante gaf toe niet duurzaam gescheiden te zijn in de eerste periode, maar stelde dat het dagelijks bestuur tekort was geschoten in voorlichting, wat werd verworpen.
Voor de periode na het huwelijk is vastgesteld dat appellante en haar echtgenoot een gezamenlijke huishouding voerden, ondanks afzonderlijke inschrijvingen, omdat zij hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden. Dit werd onderbouwd met getuigenverklaringen, telefoonverkeersgegevens en eigen verklaringen. Appellante schond daarmee haar inlichtingenplicht. Het hoger beroep faalt en de uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven en gezamenlijke huishouding zonder melding.