ECLI:NL:CRVB:2016:2069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na WAO-herbeoordeling wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens rugklachten en aortaklepinsufficiëntie, die na herbeoordeling werd verlaagd. Na ziekmelding wegens rug- en pijnklachten in september 2012 werd hij onderzocht door een verzekeringsarts die concludeerde dat zijn belastbaarheid niet was veranderd ten opzichte van de WAO-herbeoordeling. Op basis hiervan werd het ziekengeld per 3 december 2012 stopgezet.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder een tremor, onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet geschikt was voor de geselecteerde voorbeeldfuncties. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft na aanvullend onderzoek en inlichtingen van de neuroloog geen aanleiding gezien om het eerdere oordeel te herzien.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de medische gegevens geen aanwijzingen geven voor een verandering in belastbaarheid en dat appellant niet heeft aangetoond dat hij de voorbeeldfuncties niet kan vervullen. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om geen ziekengeld toe te kennen wordt bevestigd.