Uitspraak
.De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig ambtenaar, kreeg per 1 januari 2014 eervol ontslag met een individuele naastwettelijke regeling (INR) voor werkloosheidsuitkering. Loyalis kende hem een uitkering toe die rond de 26e van de maand volgend op de maand waarop de uitkering betrekking heeft, wordt betaald.
Appellant stelde dat de uitbetaling aan het einde van de betreffende maand moest plaatsvinden, omdat de huidige regeling nadelige financiële gevolgen voor hem heeft. De Raad overwoog dat de betaalwijze binnen de wettelijke kaders van de Werkloosheidswet (WW) valt en dat het verschil in behandeling voortkomt uit een lang bestaande uitvoeringspraktijk.
De Raad zag geen strijd met het gelijkheidsbeginsel of andere bestuursrechtelijke beginselen. Tevens was appellant tijdig geïnformeerd over de betaalwijze en werd door een voorschot de financiële impact beperkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; uitbetaling werkloosheidsuitkering achteraf conform WW bevestigd.