ECLI:NL:CRVB:2014:1593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.J.A. Kooijman
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Betaling en duur aansluitende uitkering onder BBWO niet onrechtmatig
Betrokkene kreeg op grond van artikel 8 van Pro het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs (BBWO) een aansluitende uitkering toegekend voor de periode van 23 mei 2011 tot 22 mei 2013. Betrokkene maakte bezwaar tegen de duur van de uitkering en de uitbetaling over juni 2011. De minister verklaarde het bezwaar deels gegrond en stelde de duur vast tot 23 mei 2013, maar wees het bezwaar tegen de uitbetalingsdatum af omdat de uitkering aan het eind van de maand na de betreffende maand wordt betaald, conform het beleid van UWV en Loyalis.
De rechtbank Almelo vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering over het uitbetalingsbeleid en gaf opdracht tot een nieuwe beslissing. In hoger beroep stelde betrokkene dat het uitbetalingsbeleid van de minister niet overeenkomt met dat van UWV en Loyalis, die uitkeringen in de maand zelf betalen. De minister voerde aan dat het uitbetalingsbeleid wel conform regelgeving is en dat de rechtbank onterecht het besluit onvoldoende gemotiveerd vond.
De Raad overwoog dat de bepalingen van de Werkloosheidswet (WW) van overeenkomstige toepassing zijn op de aansluitende uitkering en dat betaling binnen de grenzen van artikel 33 WW Pro per maand achteraf is toegestaan. De Raad bevestigde eerdere rechtspraak waarin een latere betaling aan ambtenaren en onderwijzend personeel niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Daarom is het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en wordt het beroep ongegrond verklaard. Het besluit van 4 december 2012 wordt vernietigd omdat het op grond van deze uitspraak geen zelfstandige grondslag heeft.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de duur en betaalbaarstelling van de aansluitende uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.