Appellant was ingeschreven op een adres in de gemeentelijke basisadministratie personen (gba) en ontving studiefinanciering voor uitwonende studenten. Na een huisbezoek door controleurs in november 2012 stelde de minister vast dat appellant niet op het brp-adres woonde en herzag de studiefinanciering tot thuiswonend, met terugvordering van te veel betaalde bedragen. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens onjuiste gegevens.
Appellant stelde bezwaar in tegen de herziening en de boete, maar het bezwaar tegen de herziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende bewijs had geleverd voor het opleggen van de boete, maar de Raad bevestigt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was en dat de minister niet hoefde te bewijzen dat appellant niet op het brp-adres woonde.
De Raad overweegt dat elektronische bekendmaking via 'Mijn DUO' rechtsgeldig is en dat de bezwaartermijn correct is verlopen. Het rapport van de controleurs bevatte aanwijzingen dat appellant mogelijk wel op het adres verbleef, zoals aanwezigheid van studieboeken en persoonlijke kleding, maar dit weerlegt niet de herziening. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister in de proceskosten van appellant.