ECLI:NL:CRVB:2016:2106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen vermogen en schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 2008 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar het bezit van een machtiging en bankpas voor een bankrekening op naam van een derde. Uit het onderzoek bleek dat appellante sinds januari 2012 gemachtigd was en veelvuldig gebruik maakte van de bankpas, zonder dit aan het college te melden.
Het college beëindigde de bijstand en trok deze met terugwerkende kracht in over de periode van januari 2012 tot april 2013, met terugvordering van de kosten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep werd dit bevestigd. De Raad oordeelde dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden door het bezit van de machtiging en het gebruik van de bankpas niet te melden.
Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij geen beschikking hadden over de tegoeden of dat de opgenomen bedragen uitsluitend ten behoeve van de derde waren gebruikt. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad wees het beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.