ECLI:NL:CRVB:2019:1206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten en beschikking over bankpassen derde
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en later de Participatiewet (PW). Uit onderzoek van de sociale recherche bleek dat appellante huishoudelijke werkzaamheden verrichtte bij een derde, X, en inkomsten ontving zonder dit te melden. Tevens beschikte appellante over bankpassen en pincodes van X, waarmee aanzienlijke geldbedragen werden opgenomen.
Het college van burgemeester en wethouders van Opsterland besloot de bijstand te herzien, in te trekken en terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van X en appellante voldoende bewijs boden voor de werkzaamheden en inkomsten. De beschikking over bankpassen werd als feitelijk onbeperkt beschouwd, ondanks interne afspraken. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat de opgenomen bedragen uitsluitend ten goede kwamen aan X. De Raad vond de schatting van het college redelijk en rechtvaardigde de intrekking en terugvordering van de bijstand.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 2 april 2019.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking, herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten en beschikking over bankpassen van een derde.