ECLI:NL:CRVB:2016:2108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende niet-woonachtigheid op uitkeringsadres niet gerechtvaardigd
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en stond ingeschreven op een bepaald uitkeringsadres. Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout trok de bijstand in wegens het vermoeden dat appellante niet op het uitkeringsadres woonde, gebaseerd op huisbezoeken en verklaringen van buurtbewoners.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college onvoldoende concrete en betrouwbare feiten heeft aangevoerd. De huisbezoeken waren deels aan een verkeerd adres verricht en verklaringen van buurtbewoners waren niet overtuigend. Ook andere onderzoeksbevindingen boden geen solide basis.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.