ECLI:NL:CRVB:2016:2121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten en Staat in schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedures tegen het UWV. Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV en hoger beroep ingesteld, welke later werden ingetrokken nadat het UWV haar bezwaren geheel had gehonoreerd met een gewijzigd besluit.
De Centrale Raad van Beroep heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep in twee samenhangende zaken, begroot op in totaal € 5.554,40. Daarnaast is de Staat der Nederlanden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase van de procedure.
De Raad heeft het verzoek tot schadevergoeding beoordeeld aan de hand van het overgangsrecht en jurisprudentie over redelijke termijnen. De overschrijding betrof met name de rechterlijke fase na ontvangst van het hoger beroepschrift, die ruim vier jaar duurde. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 mei 2016.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.