ECLI:NL:CRVB:2016:2130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- H. van Leeuwen
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Wajong-uitkering terecht geweigerd na zorgvuldig retrospectief onderzoek
Appellant vroeg op 15 oktober 2013 een Wajong-uitkering aan, die door het UWV op 19 november 2013 werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid vanaf 27 maart 1993. Na bezwaar en een tussenuitspraak werd een nadere beoordeling uitgevoerd, inclusief een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidskundig onderzoek.
Appellant voerde aan dat zijn persoonlijkheidsstoornis al op jonge leeftijd bestond en dat zijn beperkingen ernstiger waren dan in de FML waren opgenomen. Hij stelde ook dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat dezelfde arts betrokken was bij eerdere beoordelingen. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan, waarbij de verzekeringsarts alle relevante medische gegevens had betrokken en dat de beperkingen in de FML adequaat waren vastgesteld.
De Raad benadrukte dat bij een late aanvraag zoals deze een retrospectieve beoordeling noodzakelijk is en dat het risico van onvoldoende gegevens bij appellant ligt. De Raad concludeerde dat volgens de voor 1 augustus 1993 geldende criteria voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen konden worden aangewezen. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het besluit van 23 april 2014 vernietigd. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Wajong-uitkering is terecht geweigerd na een zorgvuldig retrospectief onderzoek naar de beperkingen van appellant.