ECLI:NL:CRVB:2016:2138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar studiefinanciering waarbij zij vanaf januari 2012 als thuiswonende studerende werd aangemerkt en het teveel betaalde bedrag werd teruggevorderd. De minister baseerde dit op een huisbezoek waaruit bleek dat appellante niet op het BRP-adres woonde.
Appellante voerde aan dat het huisbezoek onzorgvuldig was en dat zij niet gehoord was in bezwaar. Zij overhandigde getuigenverklaringen ter onderbouwing van haar woonplaats. De Raad oordeelde dat het onderzoek door de minister zorgvuldig was en dat het niet noodzakelijk is dat de studerende bij het huisbezoek aanwezig is. De verklaringen van de controleurs en een buurvrouw werden als betrouwbaar beoordeeld.
De getuigenverklaringen van appellante boden onvoldoende weerlegging van de bevindingen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de studiefinanciering en de terugvordering wegens niet-wonen op het BRP-adres.