ECLI:NL:CRVB:2016:2140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering na onderzoek woonsituatie thuiswonende student
Betrokkene was ingeschreven op een adres waar ook zijn broer en diens gezin woonden. De Minister kende studiefinanciering toe op basis van de norm voor een thuiswonende student, maar herzag dit naar de uitwonende norm per 1 juni 2013 na een huisbezoek van controleurs. De hoofdbewoonster verklaarde dat betrokkene niet op het adres woonde, maar bij zijn ouders.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de bevindingen van het huisbezoek onvoldoende waren onderbouwd en dat de verklaring van de hoofdbewoonster niet betrouwbaar was, waardoor het beroep van betrokkene werd toegewezen en de herziening werd teruggedraaid.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep dat de verklaring van de hoofdbewoonster wel een voldoende grondslag bood voor de conclusie dat betrokkene niet op het adres woonde. De Raad verwierp de argumenten van betrokkene en bevestigde dat de herziening van de studiefinanciering naar de thuiswonende norm terecht was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering naar de thuiswonende norm bevestigd.