Appellante had een indicatie voor ondersteunende begeleiding op grond van de AWBZ, maar deze werd door het CIZ na 20 februari 2009 geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit besluit en stelt vast dat appellante recht had op een indicatie voor ondersteunende begeleiding voor de periode van 20 februari 2009 tot 1 januari 2010.
De Raad baseert zich op het overgangsrecht en medische adviezen die bevestigen dat appellante vanwege psychiatrische aandoeningen en regieproblemen recht had op deze begeleiding. Het verweer van CIZ dat behandeling via de Zorgverzekeringswet voorlag, weerlegt de Raad als onvoldoende om de indicatie te weigeren.
Verder oordeelt de Raad dat de procedure onredelijk lang heeft geduurd, met een overschrijding van ruim drie jaar boven de redelijke termijn, en kent appellante een schadevergoeding toe van in totaal €3.500,-. Ook worden proceskosten en griffierecht aan appellante vergoed.
De uitspraak vervangt het vernietigde gedeelte van het besluit van 24 november 2009, en de Raad veroordeelt CIZ en de Staat tot betaling van de schadevergoeding. Hiermee wordt appellante alsnog de noodzakelijke ondersteuning toegekend en wordt recht gedaan aan de procedurele tekortkomingen.