ECLI:NL:CRVB:2016:2142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsverplichtingen
Appellant beschikte over een indicatie voor zorg op grond van de AWBZ en ontving een persoonsgebonden budget (pgb). Het Zorgkantoor trok de verlening van het pgb over 2012 en 2013 in vanwege het niet voldoen aan de verantwoordingsverplichtingen. Vervolgens weigerde het Zorgkantoor op basis van artikel 2.6.4, eerste lid, aanhef en onder k, van de Regeling subsidies AWBZ (Rsa) een nieuw pgb toe te kennen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, stellende dat het Zorgkantoor verplicht was het pgb te weigeren vanwege het niet naleven van de verplichtingen, zonder ruimte voor belangenafweging.
In hoger beroep stelde appellant dat het Zorgkantoor wel ruimte had om belangen af te wegen. De Raad oordeelde dat de wettelijke regeling geen ruimte biedt voor een belangenafweging in deze situatie en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Rechtspraak aangehaald door appellant was niet relevant vanwege verschillen in toetsingskader.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het pgb wegens niet-naleving van verantwoordingsverplichtingen.