Uitspraak
.Het college is, met bericht, niet verschenen.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, lijdend aan het postpoliosyndroom (PPS) en rolstoelgebonden, verzocht om een nieuwe aangepaste rolstoelbus en voortzetting van een tegemoetkoming in vervoerskosten. Het college wees dit af op basis van een medisch advies dat betrokkene medisch geschikt achtte voor collectief vervoer. Betrokkene stelde in hoger beroep een aanvullend medisch rapport over dat ernstige beperkingen en contra-indicaties voor taxi- en collectief vervoer beschreef.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met deze medische beperkingen en dat het medisch onderzoek ontoereikend was. De Raad wees op het ontbreken van een gedegen onderzoek naar de specifieke beperkingen van betrokkene en de toepasbaarheid van hulpmiddelen in het collectief vervoer.
Daarnaast was onduidelijk waarom het college betrokkene geen rechten toekent op grond van het overgangsrecht van artikel 38 van Pro de WMO-verordening, terwijl betrokkene jarenlang een forfaitaire tegemoetkoming ontving. Het incidenteel hoger beroep van het college werd verworpen vanwege onvoldoende motivering.
De Raad droeg het college op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen door een nader medisch onderzoek te laten plaatsvinden en de rechtspositie van betrokkene in het licht van het overgangsrecht opnieuw te beoordelen.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herzien en een nader medisch onderzoek uit te voeren om de vervoersvoorziening van betrokkene opnieuw te beoordelen.