Uitspraak
18.125 WMO15
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
Centrale Raad van Beroep
Appellant, volledig rolstoelgebonden door het postpoliosyndroom, had een aanvraag gedaan voor een elektrische rolstoel en een rolstoelbus. Het college wees deze aanvragen af, waarbij de rolstoelbusaanvraag werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en de elektrische rolstoelaanvraag wegens onvoldoende noodzaak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep erkende het college dat de eerder verstrekte elektrische rolstoel niet veilig was vanwege problemen bij het achteruitrijden. De Raad herroept daarom het besluit van 7 maart 2017 en verstrekt appellant een maatwerkvoorziening in de vorm van een elektrische rolstoel. De afwijzing van de rolstoelbus wordt gehandhaafd omdat appellant geacht wordt gebruik te kunnen maken van collectief en openbaar vervoer, mede gebaseerd op een medisch advies.
De Raad oordeelt dat het besluit om de rolstoelbus af te wijzen ondanks een procedureel gebrek in stand kan blijven omdat dit geen nadeel oplevert voor appellant. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak bevestigt deels de eerdere uitspraak met verbetering van gronden.
Uitkomst: De aanvraag voor een elektrische rolstoel wordt toegewezen, de aanvraag voor een rolstoelbus wordt afgewezen.