ECLI:NL:CRVB:2016:2257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toerekening WGA-uitkering aan eigenrisicodrager ondanks herstel werknemer
De zaak betreft een hoger beroep van de curator van een failliete eigenrisicodrager tegen het besluit van het Uwv om een deel van de WGA-uitkering van een werknemer aan hem toe te rekenen. De werknemer had bij aanvang van de wachttijd meer dan één werkgever en was ziek gemeld voor beide dienstverbanden.
Het Uwv had bepaald dat 41,47% van de WGA-uitkering onder het risico van de eigenrisicodrager viel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de wettelijke bepalingen van artikel 72 van Pro de Wet WIA, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 82 en Pro 84, dit voorschrijven. De uitzonderingssituatie van het derde lid van artikel 72 was Pro volgens de rechtbank niet van toepassing omdat de werknemer bij beide werkgevers was uitgevallen.
De appellant voerde aan dat de uitzonderingssituatie wel van toepassing was omdat de werknemer vóór het einde van de wachttijd was hersteld en zijn werkzaamheden had hervat. Ook een beroep op artikel 82, vierde lid, van de Wet WIA werd gedaan. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze beroepen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de toerekening van de WGA-uitkering aan de eigenrisicodrager werd gehandhaafd.
Uitkomst: De toerekening van de WGA-uitkering aan de eigenrisicodrager wordt bevestigd ondanks herstel en werkhervatting van de werknemer.