ECLI:NL:CRVB:2016:2272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over verrekening wisselende inkomsten bij bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en had daarnaast wisselende inkomsten uit werkzaamheden. Het college schatte maandelijks deze inkomsten vooraf en verrekende deze met de bijstand, waarbij correcties in volgende maanden plaatsvonden. Appellant maakte bezwaar tegen deze werkwijze, stellende dat het schatten van inkomsten onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad stelt vast dat artikel 58, vierde lid, WWB bepaalt dat verrekening van middelen pas kan plaatsvinden nadat de hoogte van het inkomen is vastgesteld. Het vooraf schatten en verrekenen van fictieve bedragen is daarmee niet toegestaan en strijdig met de wet.
De Raad vernietigt daarom de bestreden besluiten en de uitspraak van de rechtbank. Het college wordt opgedragen opnieuw te beslissen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden proceskosten aan appellant toegekend en wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en het college wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de wettelijke bepalingen.