ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verrekening verzwegen giften bij bijstandsverlening
Appellant ontving bijstand volgens de WWB en kreeg in 2005 meerdere bedragen van zijn zuster, die hij niet meldde aan het College. Het College herzag de bijstand en verrekende de giften met de uitkering. Appellant stelde dat het om leningen ging of dat de giften buiten beschouwing moesten blijven vanwege persoonlijke omstandigheden.
De Raad oordeelt dat de ontvangen bedragen als middelen in de zin van de WWB moeten worden beschouwd. De stelling dat het om leningen ging, wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs van terugbetalingsverplichting. Ook kunnen de giften niet als verantwoorde giften worden aangemerkt, omdat zij substantieel waren en bedoeld voor directe kosten van levensonderhoud.
De Raad bevestigt dat de giften als inkomen gelden en dat het College de bijstand terecht heeft herzien en de bedragen heeft verrekend. De verrekening ineens van de giften over mei 2005 is toegestaan op grond van artikel 58, derde lid, WWB, waarbij geen discretionaire bevoegdheid geldt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verrekening van verzwegen giften met de bijstandsuitkering bevestigd.