ECLI:NL:CRVB:2016:2289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskrediet en bijstand wegens niet-levensvatbaarheid onderneming
Appellant diende op 10 juli 2013 een aanvraag in voor bedrijfskrediet en bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) met een ondernemingsplan voor een fietsenwinkel. Het college liet een bedrijfseconomisch onderzoek uitvoeren door een deskundige instantie ([BV]), die concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar zou zijn.
Het college wees de aanvraag op 17 oktober 2013 af en handhaafde dit besluit na bezwaar op 25 februari 2014. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college zich niet had mogen baseren op het advies van [BV] en overhandigde een eigen deskundigenrapport van [bedrijf] dat een redelijke basis voor levensvatbaarheid zou bieden.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd is om zich te baseren op deskundigenadviezen zoals dat van [BV]. Het rapport van [bedrijf] betrof vooral cijferanalyses en gaf geen oordeel over ondernemerscapaciteiten of omzetverwachtingen. Appellant had niet concreet aangetoond dat het advies van [BV] onjuist of onzorgvuldig was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De aanvraag voor bedrijfskrediet en bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende levensvatbaarheid van de onderneming.