ECLI:NL:CRVB:2016:2310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens onjuiste uitleg uitsluitingsgrond WWB
Appellant, geboren in 1991, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) nadat hij een voortraject volgde aan de Haagse Hogeschool ter voorbereiding op een studie. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet kon aantonen dat hij niet kon werken of geen ander onderwijs kon volgen dat recht gaf op studiefinanciering, op grond van artikel 13 lid 2 aanhef Pro en onder c WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat hij vanwege onvoldoende beheersing van het Nederlands geen andere studie kon volgen die recht gaf op studiefinanciering. De Raad oordeelde dat het college onjuist had uitgelegd dat alleen onderwijs met studiefinancieringsrecht uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs is, terwijl dit breder moet worden opgevat.
De Raad stelde vast dat het college tekort was geschoten in de zorgvuldigheid van de besluitvorming en dat appellant een te beperkte opdracht had gekregen om zijn mogelijkheden te onderzoeken. Hierdoor kon appellant niet adequaat aantonen of hij recht had op bijstand. De Raad vernietigde het bestreden besluit en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste uitleg van de uitsluitingsgrond. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste uitleg van artikel 13 lid 2 aanhef en onder c WWB.