ECLI:NL:CRVB:2015:1701
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- A.B.J. van der Ham
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste toepassing uitsluitingsgrond WWB
Appellant ontving sinds maart 2011 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college trok de bijstand per 1 september 2013 in omdat appellant was gestart met een BBL-opleiding, terwijl volgens het college een BOL-opleiding gevolgd had moeten worden die recht geeft op studiefinanciering. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de uitsluitingsgrond van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, WWB niet op hem van toepassing was omdat hij voor de BBL-opleiding geen studiefinanciering kan ontvangen. De Raad oordeelde dat de BBL-opleiding weliswaar uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs betreft, maar dat de uitsluitingsgrond alleen geldt voor onderwijs met aanspraak op studiefinanciering.
De Raad verwierp het standpunt van het college dat appellant gedwongen zou zijn een opleiding met studiefinanciering te volgen. De wetsgeschiedenis bevestigt dat de jongere eerst zelf naar werk of onderwijsmogelijkheden moet zoeken, maar niet dat hij een opleiding moet staken om aanspraak op bijstand te behouden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op het gebrek te herstellen door een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 juni 2015.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd omdat de uitsluitingsgrond niet van toepassing is.