ECLI:NL:CRVB:2016:2323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op volledige vergoeding inkomensafhankelijke bijdrage Zvw met toepassing woonlandfactor
Appellant, woonachtig in Spanje en met inkomen uit Nederland, vordert vergoeding van de door hem verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). Het UWV past bij de berekening van deze vergoeding de woonlandfactor toe, wat appellant betwist. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de toepassing van de woonlandfactor.
In hoger beroep stelt appellant dat de inhouding en vergoeding van de bijdrage zonder woonlandfactor moeten plaatsvinden, en dat toepassing hiervan leidt tot rechtsongelijkheid. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Zvw voor verdragsgerechtigden zoals appellant een eigen regeling kent, waarbij de woonlandfactor volgens artikel 6.3.1 van de Regeling zorgverzekering terecht wordt toegepast.
De Raad wijst het beroep van appellant af, onder meer omdat de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de woonlandfactor in een ander geschil en zonder UWV als partij werd gedaan. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens onvoldoende bewijs van ongelijke gevallen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toepassing van de woonlandfactor bij de vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw bevestigd.