Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als chef werkplaats, meldde zich ziek met gehoor- en hartklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, met name in het tweede spoor, en legde een loonsanctie op. Werkgever startte later een tweede spoortraject dat uiteindelijk als adequaat werd beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het tweede spoortraject voldoende was uitgevoerd en voortzetting niet zinvol was gezien leeftijd en ervaring van appellant. In hoger beroep betoogde appellant dat ook het eerste spoor onvoldoende was onderzocht en dat het tweede spoor niet afgerond was, met verwijt aan de re-integratie-adviseur.
De Raad oordeelde dat appellant zijn bezwaren over het eerste spoor had prijsgegeven en dat het tweede spoortraject adequaat was uitgevoerd met intensieve begeleiding en sollicitatieactiviteiten. De Raad bevestigde dat de werkgever de tekortkoming had hersteld en dat voortzetting van het traject niet redelijk was. Het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen.