ECLI:NL:CRVB:2006:AU9486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over premieplichtige loonbetalingen bij kasmutaties en steekpenningen
In deze zaak staat centraal of kasmutaties, geboekt als adviseurskosten en vermoedelijk bestaande uit steekpenningen en smeergelden, als premieplichtige loonbetalingen moeten worden aangemerkt. Na een looncontrole bij appellante werden kasopnames vastgesteld die deels als smeergeld werden beschouwd en deels als loon.
De rechtbank had het beroep van appellante afgewezen en de Raad bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de bewijslast eerst bij gedaagde ligt om te stellen dat sprake is van premieplichtige loonbetalingen, waarna appellante moet aantonen dat dit niet het geval is. Appellante slaagt hier niet in, mede omdat zij onvoldoende inzicht geeft in de relatie tussen betalingen en projecten en geen overtuigend bewijs levert.
De Raad benadrukt dat de criteria uit eerdere jurisprudentie slechts voorbeelden zijn en niet cumulatief of limitatief. Appellante kon niet aannemelijk maken dat de betalingen geen premieplichtige loonbetalingen waren, ondanks haar betwisting en aanvullende stukken. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat kasmutaties geen premieplichtige loonbetalingen zijn.