De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Kompas dat de bijstandsaanvraag van appellant afwees wegens het niet overleggen van gevraagde financiële gegevens. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin het dagelijks bestuur werd opgedragen een inhoudelijk besluit te nemen. Het nader besluit handhaafde de afwijzing over de periode tot 25 juli 2012 en liet een deel van de periode daarna onbesproken.
Appellant voerde aan dat hij niet voldoende gelegenheid kreeg om zijn situatie toe te lichten en dat zijn psychische problematiek niet werd meegewogen. De Raad oordeelt dat het dagelijks bestuur onvoldoende onderzoek heeft verricht over de periode na 25 juli 2012 en dat appellant niet aan zijn inlichtingenplicht heeft voldaan voor de periode tot 25 juli 2012. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was afwijzing terecht voor die periode.
De Raad vernietigt het besluit voor het deel na 25 juli 2012 wegens ondeugdelijke motivering en beveelt het dagelijks bestuur een nieuw besluit te nemen waarbij appellant in de gelegenheid wordt gesteld de benodigde gegevens te verstrekken. Tevens wordt het dagelijks bestuur veroordeeld in de proceskosten en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van immateriële schade.